Carnaval



Carnaval. Een ieder jaar terug komend feest. Drie dagen lang de beest uithangen in gekke pakken en schmink. Even iemand anders zijn en je ontrekken aan de dagelijkse sleur van het leven. Velen kijken er een heel jaar reikhalzend naar uit. Wie wordt er dit jaar weer prins carnaval? Bier drinken tot het niet meer gaat. Elke avond naar de plaatselijke shoarmazaak voor een broodje doner. Maar hoe is het nu eigenlijk ontstaan? Wat is de echte betekenis van carnaval? En waar kan men het beste carnaval vieren? Om inzicht in deze vragen te krijgen brengen wij jullie deze wiki.

Inhoud


Geschienis van carnaval394294751_f3822a56b7.jpg

Carnaval door de eeuwen heen

Carnaval beneden de rivieren

Tradities

Verenigingen

Optochten

Feesten

external image 394388258_efc785b731.jpg?v=0

Carnaval boven de rivieren

Tradities

Achtergronden

Optochten

Feesten

Carnavalskrakers

Plaatsnamen in de carnavalstijd

Waar kun je het beste carnaval vieren?

Bronvermelding



De geschiedenis van carnaval



Vasten

Carnaval was vroeger een eetfestijn, het was namelijk de laatste mogelijkheid om zoveel mogelijk te eten en drinken voor het veertig dagen vasten.
Op “vette dinsdag” (voor de vasten) werd al het vet opgemaakt wat er in huis was, omdat het anders zou bederven.
Het vasten is een herdenking van de veertig dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden.
Naar alle waarschijnlijkheid bestond het feest al langer dan de christelijke traditie en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen.vastenavond.gif

In de zestiende eeuw kwam aan de openbare en massale carnavalsviering uit de middeleeuwen een eind.
De scheuring binnen het christendom als gevolg van de Reformatie, leidde tot een religieuze tweedeling op het grondgebied van het huidige Nederland: boven de rivieren Maas en Rijn werd het protestantisme het dominante geloof; in de gebieden die tegenwoordig de provincies Limburg en Noord-Brabant beslaan, bleef het katholieke geloof dominant.

In de zeventiende eeuw krijgt de term “carnaval” in Europa de overhand voor feesten die zich kenmerken door vermommingen, ommegangen, de instelling van een spotheerschappij met een eigen hiërarchie en veel eten en drinken.
In de middeleeuwen heette het Vastenavondviering, waarin ze nog één keer luidruchtig konden feestvieren met veel eten en drinken om vervolgens vanaf Aswoensdag de rooms-katholieke vastentijd in te gaan als voorbereiding op Pasen.
Het woord “carnaval” komt van het feest, en het vasten.
De relatie tussen dit feest en het daarop volgende vasten komen dan samen in twee woorden: “carne” en “vale” wat vlees vaarwel betekent.
Een andere verklaring van het woord bestaat uit de veronderstelde afleiding van carrus navalis, een scheepswagen die in de Vastenavondtijd door de straten werd getrokken met aan boord vermomde vierders.
Het feest komt van oorsprong uit Italië en was waarschijnlijk een vermenging van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest.
Een van de kenmerken van dat feest en het huidige carnaval is het dragen van maskers en vermommingen.

Keulen

In 1823 kreeg een gezelschap uit Keulen het idee om een optocht te gaan organiseren met veel pracht en praal.
In plaats van de Keizer werd nu Held Karnaval geboren.
De held reed in een prachtige pronkwagen en werd begeleid door militairen (de huidige raad van Elf).
In 1825 verscheen de eerste carnavalskrant en Held Karnaval werd later Prins Carnaval genoemd.
Nolers_steek_linksom.jpg Vanuit Keulen is het feest verspreid over het hele Rijnland.
Ook in enkele Limburgse steden had men contacten met plaatsen in Duitsland.
En zo werd ook de carnaval in Limburg en Brabant bekend.
Sommige carnavalsverenigingen bestaan al heel lang zoals in Maastricht vanaf 1839 en in Venlo vanaf 1842.
In de meeste landen komt eenmaal per jaar de “carnavalsgeest” naar boven.
De carnaval duurt van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van het vasten.
In de meeste provincies van Nederland gaat de tap al open ver voor de zaterdag.

Carnaval door de eeuwen heen



Waar de traditie van het verkleden en feesten nou eigenlijk vandaan komt is tot op de dag van vandaag eigenlijk nog steeds niet bekend.
Maskerades, de tijdelijke opheffing van de sociale ongelijkheid, het instellen van een korte periode van chaos en uit het volk aangestelde schertskoningen die enkele dagen heersen: dit soort feestrituelen komen we al heel vroeg in de geschiedenis tegen.
Het oude Babylon, Mesopotamië, Egypte, de Grieken, de Romeinen en de Germanen kenden allen feesten die een soort gelijke overeenkomst heeft met het huidige carnaval.
Zelfs zijn er nog geleerden die van mening zijn dat het carnaval van oorsprong afstamt van het heidens vruchtbaarheidsfeest, waarbij koning winter moest worden verdreven.
Tijdens al deze vergelijkbare overeenkomsten met carnaval was onbeperkt drinken de norm en werd degene die nooit zijn verstand wilde kwijtraken aangemerkt als onverstandig.
Tijdens deze feesten waren er ook wilde optochten, wellustige zang en seksuele uitspattingen.
In vele geschiedenisboeken zal je dan ook tegenkomen dat de kerk deze dergelijke heidense vruchtbaarheidsfeesten hebben gekerstend en als “carnaval” hebben opgenomen in de liturgische jaarkalender.
In de achttiende eeuw, na de franse revolutie is het feest onder druk van de Protestants-christelijke bijna helemaal verdwenen.
In de negentiende eeuw ontstonden er echter weer carnavalsverenigingen en na de tweede wereldoorlog bloeide het carnaval feest weer helemaal op.
In de loop van de jaren zestig kwam de relatief sterke afbakening tussen het katholieke zuiden aan de ene kant en het calvinistische westen en noorden van Nederland aan de andere kant door de Ontzuiling op de helling te staan.
Het carnaval kwam toen voor het eerst de ‘grote rivieren’, de Maas en Rijn over en soms leidde dit tot onbedoelde hilarische taferelen.
In sommige plaatsen namen de carnavalsvierders namelijk niet massaal bezit van de straat en café, wat leidde tot verkleedde dronken mensen over straat die renden van het ene naar het andere café om zo proberen niet gezien te worden.

De elfde van de elfde

external image elfde%20van%20d'n%20elfde%202005%20100.jpg Tegenwoordig komen overal in Nederland carnavalsverenigingen voor die zich actief inzetten voor het carnaval wat al begint op de elfde van de elfde om elf over elf.
Uiteraard doen er nu meer mensen mee met het carnavalsfeest dan veertig jaar geleden, er wordt veel meer aandacht aan besteed en jaarlijks wordt het steeds drukker op de straten en in de cafés.
Limburg en Brabant spannen wat carnaval betreft nog altijd de troon.
Uiteraard variëren de carnavalsrituelen per land, per provincie en per dorp of stad.
Maar zelfs binnen één stad kunnen de verschillen al heel groot zijn.
Als je op internet zou zoeken naar bepaalde carnavalsverenigingen dan zul je er al snel achter komen dat de rituelen verschillen per carnavalsvereniging.
Eigenlijk heeft carnaval voor weinig mensen nog een katholieke betekenis en is het nu meer een feest geworden met veel alcohol en verkleedpartijen.

Carnaval onder de rivieren



“gaef mich nog maar ein pilskeexternal image halvehahn.jpg
ut water löp mich in de mondj
gaef mich nog maar ein pilske
jonges det is zo gezondj”

Zomaar een zin uit een Limburgs café in carnavalstijd. Dit gedeelte zal voornamelijk gaan over carnaval in Limburg omdat ik daar zelf ook uitkom. Ik zal ook een deel proberen te behandelen van Brabant. De onderdelen die ik ga behandelen zijn tradities, carnavalsverenigingen, optochten en feesten.
In Limburg noemt men carnaval ook wel vastelaovend(j). Maar eigenlijk klopt deze naam niet helemaal omdat vastelaovend de dinsdagavond van carnaval is. Maar Limburgers zijn een volk apart, en met carnaval al helemaal.
Carnaval in de Lage Landen en het Rijnland wordt in zijn huidige vorm gevierd vanaf de donderdag in de week voorafgaand aan Aswoensdag tot en met Aswoensdag zelf. Ikzelf misbruik de hele week om aan het bier te zitten, maar dat ter zijde. Voor degene die echt niet kunnen wachten kunnen al beginnen op 11 november (de elfde van de elfde) om 11:11 uur. Dan begint dus een waar carnavalseizoen. In Nederland wordt deze start van het seizoen in iedere carnavalvierende stad of dorp met een zekere ceremonie gevierd. In Maastricht bijvoorbeeld vindt op die dag een grote manifestatie plaats die in vorig jaar ± 30.000 bezoekers trok. Maar waarom dan de 11de van de 11de? Dat zit zo, het getal 11 is van oudhers het getal van de dwazen en narren en duikt veel op in het Rijnlandse en Limburgse carnaval. En die dwazen en narren duiken nu nog steeds op.
Carnaval is een feest met tradities. Dus vandaar dat ik daar wat verder op inga.

Tradities


Het Duitse model

Carnaval wordt in Nederland met name 'onder de (Waal en Maas) rivieren' gevierd.
In Limburg wordt het Rijnlandse carnaval gevierd. Dit houdt in dat ze carnaval vieren naar het Duitse model. Dit houd in dat de mensen in de meest vreemde kleding erop uit gaat om zich flink te buiten te doen aan drank en eten. Het is na de carnavalstijd immers vastentijd.
Het carnavalsfeest, zoals dit tegenwoor­dig door de carnavalsverenigingen in Limburg worden georganiseerd, vindt zijn oorsprong in het Rijnlandse carnaval. De bakermat van het Rijnlandse carnaval is de Duitse stad Keulen. Het begint allemaal in 1823. In dit jaar organiseert een literair gezelschap er de eerste external image karneval01.jpgcarnavalsoptocht met als hoogtepunt de wagen van ‘Held Karneval’. Deze “held” is tegenwoordig vervangen door een prins. Een nieuwe prins neemt dan elk jaar de scepter over van de vorige. Keulen was, na een jarenlange overheersing door de Fransen, sinds 1815 ingelijfd bij Pruisen, het huidige Duitsland. Deze optochten moesten herinneren aan het glorierijke verleden van de stad. In de Middeleeuwen was Keulen een zeer belangrijke stad geweest. Wanneer de keizer een bezoek bracht aan de stad, werd hij met pracht en praal welkom geheten. De carnavalsoptocht moest deze intocht uitbeelden. Maar niet alleen dat. De mensen uit Keulen maakte van de gelegenheid gebruik om hun nieuwe overheersers, de Pruisen, eens flink te belachelijk te maken. Verder liet het Keulse gezelschap zich inspireren door een boekje van Goethe over het carnaval in Rome zoals hij dat in 1788 had bijgewoond. Zo werden er ook wat figuren uit de Romeinse carnaval overgenomen. De harlekijn werd bijvoorbeeld ook gebruikt net als in de Italiaanse carnaval. De leden van het gezelschap deden meer dan alleen het organiseren van de optocht. Ze hielden­ ook carnavalszittingen en gaven een carnavalskrant uit. Vanuit Keulen verspreidde zich deze georganiseerde wijze van carnaval vieren via de grotere plaatsen over het gehele Rijnland. En zodoende kwam de Rijnlandse carnaval ook aan in Nederland. Tegenwoordig zijn de overeenkomsten tussen het carnaval van nu en 200 jaar terug er niet meer zoveel. Voor vele bestaat carnaval op vandaag de dag meer uit feesten en beesten dan uit iets religieus.
In Brabant wordt over het algemeen ook steeds meer het rijnlandse carnaval gevierdt. Al zijn er nog plaatsen zoals Den Bosch en Bergen op Zoom die het Bourgondische carnaval nog vieren. Dit houd in dat het net even een andere insteek heeft. Niet zo zeer toegelegd op het feesten en drinken van alcohol maar meer een traditie. Al wordt er natuurlijk wel een biertje gedronken. Ze gaan meer voor de aloude gezelligheid en knusheid. Niet zo zeer voor dat schreeuwerige en uitbundige.

Aswoensdag

Maar er zijn meerdere tradities binnen carnaval. Denk maar aan de dagen en het verkleden. Allereerst zal ik Aswoensdag behandelen. De (eigenlijke) laatste dag van carnaval. De woensdag na Vastenavond (Aswoensdag) begint voor Rooms-katholieken de vastenperiode. Tot Pasen mogen zij geen vlees eten en moeten ze sober leven en eten (alleen niet op zondag). De achterliggende gedachte is dat men zich bezint, zuivert en boete doet, voordat men zich wijdt aan de herdenking van het lijden van Jezus met Pasen.

De traditionele maaltijd op Aswoensdag bestaat uit witte bonen met een haring. Op Aswoensdag halen Rooms-katholieken een 'askruisje'. Dit houdt in dat de pastoor met as een kruisje op het voorhoofd tekent, als teken dat eventuele zonden zijn vergeven en als herinnering aan de betrekkelijkheid van het leven ('uit as ben je ontstaan, tot as zul je wederkeren').external image img.php?t=ro_gfx&id=199&w=180
Al op de elfde van de elfde om elf minuten over elf (11 november) geven carnavalsverenigingen het startschot voor de voorbereidingen van het carnaval, zoals al eerder genoemd. De burgemeester draagt dan in sommige steden de sleutel van de stad symbolisch over aan de Raad van Elf. Prins Carnaval wordt door een commissie van 'wijze mannen' voor een jaar gekozen tot boegbeeld van de vereniging, al dan wel of niet met 2 adjudanten. De stad is tijdens carnaval terrein van de carnavalsvierders en neemt daarom symbolisch een andere naam aan (Eindhoven heet bijvoorbeeld Lampegat en Venlo heet Jocusriëk ).

Verkleden

Waar de traditie van verkleden en feesten vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Eén aannemelijke theorie is dat het feest van de Grieken afkomstig is. Zij vierden eind februari een driedaags feest ter ere van Dionysus of Bacchus. Afbeeldingen van deze god van de wijn werden op een scheepskar (carrus navalis) door Hellas gereden.
Omdat de heidense gebruiken niet uit te verbieden waren, besloten de kerken er op positieve wijze gebruik van te maken. Zij verbonden het feest aan de Vastenavond. De naam carnaval zou in dit verband afkomstig zijn van het Latijnse carne vale ('vaarwel vlees'). Een andere aannemelijke verklaring is dat het een afleiding is van 'carrus navalis'.

Verenigingen


Oorsprong
In Limburg werd in de negentiende eeuw in Maastricht (de Momus 1839), Venlo (Jocus 1842) en Sittard (de Marotten 1881) naar Rijnlands voorbeeld de carnavalsviering georgani­seerd. Van deze “eerste pioniers” is heden alleen de Jocus nog over. De andere zijn opgegaan in andere verenigingen. En steeds meer dorpen en steden volgden dit voorbeeld. Overal werden carnavalsverenigingen opgericht. Deze moesten zo de viering in goede banen leiden en het feest overzichtelijk en geordend laten verlopen. De oprichters waren meestal de middenstand of notabelen. De oprichting van deze verenigingen had verschillende achterliggende gedachten. Zo is een georganiseerd feest financieel in het voordeel voor de middenstand en geeft het de viering een speciale en professionele uitstraling. Als andere motieven kunnen worden aangehaald: uiting geven aan oude gebruiken, aan liefde voor de stad of zelfs aan politieke ideeën. De oude en nieuwe carnavalstraditie raakten vermengd. Zo bleef op de meeste plaatsen tot ongeveer 1900 het rondtrekken met de foekepot, het gansrijden, het hanenslaan en het haringbij­ten gebruike­lijk. Al wordt dit laatste op vele plaatsen nog steeds gedaan.

Jocus

Ik zal iets verder ingaan op het onstaan van de carnavalsvereniging van mijn gemeente Venlo, de Jocus.
In 1343 werden aan Venlo stadsrechten toegekend. Omtrent een kleine eeuw nadien, namelijk in 1432, is de hertog van Gelre in Venlo te gast en het moment dat hij verkoos voor dit bezoek was ? 'up grootvastenavonde'. Uit dit historisch bericht mag worden afgeleid dat het vieren van vastenavond in Venlo niet van gisteren is.
Het is zeker dat er ook in de 16e en 17e eeuw in het Venlose carnavalsfestiviteiten waren. Er zijn namelijk gegevens terug te vinden hierover. De Magistraat (te vergelijken met de huidige burgemeester) hield bijeenkomsten, waarbij de wijn overdadig vloeide en in 1552 werden er ook knapkoeken aangeboden. Eveneens is bekend dat de Magistraat met 'vastelavont' de soldaten trakteerde.
external image brand.gif Sinds 1775 vonden in de stad van Valuas (legendarisch oprichter van Venlo) geen vieringen meer plaats, want de Magistraat verbood het vieren.
De Franse legers kwamen in 1794 en toen verloor het besluit rechtskracht. Toch moet er toen reeds een Société des Wannes hebben bestaan. De oprichtingsperiode is weliswaar in nevelen gehuld, maar het is zeker dat het gezelschap op 23 februari 1784 reeds bestond. Op die datum meldt Die Eilfertige Welt- und Staatsboth (uitgegeven in Keulen), dat bij het 100-jarig bestaan van de in Dülken (in het Rijnland op ca. 20 km van Venlo gelegen) gevestigde Narrenacademie o.a. een deputatie van de Venlose Wannevleegers en wel in deftige taal 'doctores de Wannes' te gast was. Dit authentieke gegeven zou er op kunnen wijzen dat Venlo het oudste Nederlandse Carnavalsgezelschap binnen zijn grenzen heeft.
In 1842 verschijnt Jocus ten tonele. Het initiatief tot oprichting van dit thans nog bestaande Vastelaovesgezelschap Jocus is genomen door notabelen en middenstanders, met het oogmerk om de vastenavondviering tot grotere bloei te brengen.
Over de naamkeuze het volgende: Venlo heeft altijd intensieve contacten gehad met het naburige Dülken. En deze plaats was in die tijd zo'n beetje het Rome voor carnavalisten. In 1828 stonden er 11 Venlonaren op de lijst van ereleden van de zogenaamde Erleichtete Monduniversität und Berittene Akademie der Künste und Wissenschaften. Op diezelfde lijst komt de naam Jocus al voor. Koblenz had de naam al gebruikt voor hun vereniging. Het lag voor de hand dat tijdens tafelgesprekken tussen Venlonaren en afgevaardigden uit Koblenz de naam Jocus ter sprake is gekomen. Trouwens, 5 van de Venlonaren (die op de Dülkense erelijst voorkomen) zullen later (in 1842) tot de oprichters van Jocus horen. Jocus was in de klassieke oudheid een godheid aan wie joeks en plezier werden toegeschreven.
Bij de oprichters van Jocus waren ook verscheidene officieren betrokken, wellicht niet eens katholiek. Venlo was een garnizoensstad en de huzaren waren pal in het midden van de stad gehuisvest. De geestelijkheid, de deken voorop, was ook in Venlo tegen het vastenavond vieren (zoals elders). Om de deken te pesten, zo lijkt het, gingen de huzaren oefenen in het klaroen blazen, op een open stuk achter de majestueuze Sint-Martinuskerk tijdens de hoogmis.
Een lang leven was Jocus niet beschoren. Men sliep in en dat is nou net iets dat niet bij carnaval past. Maar in 1877 werd reveille geblazen. Niet door de huzaren, maar figuurlijk door wat ingezetenen. En er vonden zowaar jaarlijks optochten plaats. In 1898 vermeldt het optochtprogramma voor het eerst een praalwagen met een Prins Carnaval met aan zijn zijde een stedemaagd, die de fraaie naam Venlona droeg.
Jocus in Venlo is op dit moment de oudste nog bestaande carnavalsvereniging in Nederland. In het carnavalsseizoen 2007/2008 viert de Jocus haar 165 jarig bestaan. En aangezien we met carnaval met 11 tellen betekend dit een jubileum. Namelijk 15 x 11 jaar.

Optochten

external image optocht004.jpg
De optochten in Limburg bestaan uit verschillende categorieën, bijvoorbeeld Grote/Kleine wagens, groepen, paren en mensen die alleen meedoen. Het is voor jong en oud, klein en groot. De optocht sluit meestal af met de praalwagen van de prins(es). Er wordt gestrooid met snoep en confetti. De wagens worden vaak zelf gemaakt en vergen dan ook al weken, zoniet maanden voorbereiding. Hier kan ik zelf weer even over meepraten. Wij (lees mijn vriendengroep Kiët Bokshout van 7 man) maken al 8 jaar een carnavalswagen. Elk jaar weer het voorbereiding en bouwen van weken en weken. Een goed (en meestal actueel) thema en een mooi motto maken de wagen tot een waar spektakel in het dorp waar we mee lopen. Na 2 keer 1ste te zijn geworden, gaan we volgend jaar voor de 3de keer goud. De wagens en mensen die meelopen kiezen meestal dus een actueel thema uit de regio, nationaal of zelfs internationaal. De wagens worden uit verschillende materialen gemaakt. Een van onze favoriet is papier-maché. Heel veel werk maar wel een mooi resultaat. Om een voorbeeld te geven wat men kan verwachten zal ik onze wagen gebruiken als voorbeeld. Allereerst neemt men een wagen of kar van de plaatselijke boer of tuinder. Daar wordt een frame op gelast. In dit geval een takelwagen. Het frame wordt behangen met kippengaas. Op dit kippengaas wordt de papier-maché aangebracht in een aantal lagen. Nadat deze is gedroogd geeft men het geheel een likje verf en men kan beginnen aan de optocht. Het motto van ons was dit jaar “wij hebben een (spek)takelwagen. De takelwagen had aan zijn takelarm een grote spek hangen. Om het compleet te maken waren we verkleedt als spekken en spierbundels. Nu lopen er in onze optocht niet zo gek veel wagens mee maar in de grotere steden zoals Venlo, Heerlen en Maastricht kan het deelnemersveld wel oplopen tot over de 100. Een van de grootste en bekendste optochten van ons land is die in Bergen om Zoom. In deze optocht rijden wagens mee van wel 30 meter lang en 15 meter hoog.

Feesten


Hieronder zal ik in het kort nog vertellen wat de grootste feesten zijn in de regio.

Boètegewoeëne Boètezitting

external image boete2005publiek.jpg Het begon allemaal in 1992. Misschien wel het bekendste feest van Limburg in carnavalstijd is de in Venlo gehouden Boètegewoeëne Boètezitting in de Zoepkoel. Dit feest bestaat al een aantal jaren en groeit met het jaar groter. Mensen van heel Limburg en Brabant komen naar Venlo om de zaterdag voor carnaval kleur te geven. Er rijdt zelfs een speciale Brand Beer Venlo express trein naar Venlo vanuit Heerlen. Het evenement wordt live uitgezonden op de lokale tv en radio. Met vele bekende artiesten uit Limburg zoals Big Benny, Beppie Kraft, Neet out Lottum en de winnaar(s) van het LVK is het van ’s morgens vroeg tot in de late namiddag druk in de binnenstad. Het is begonnen als klein podium met een aantal artiesten. Maar medio 2007 trekt het duizenden mensen en staan er meer dan 30 artiesten op 4 verschillende podia’s . Er is zelfs een eigen betaalmiddel, ut Venlonaerke. Het evenement is zo groot geworden dat het de zoepkoel is ontgroeid. Vandaar dat er nu door de gehele binnenstad van Venlo podia’s staan. Het hoofdpodium staat nog gewoon in de zoepkoel al is het alleen toegankelijk met een speciaal polsbandje. De keren dat ik er geweest ben was de sfeer echt fantastisch. Wat is er mooier dan ’s morgens vroeg om 08.00 uur met een krat bier en honderden andere maloten in apenpakken mee schreeuwen met de Limburgse carnavalskrakers van toen en nu. Ik zou het niet weten.

Limburgs Vasteloavensleedjes Konkoer

Zoals ik hierboven noemde is ook het LVK(Limburgs Vasteloavensleedjes Konkoer) een grote gebeurtenis. Elk jaar wordt het gehouden in Noord/Midden of Zuid Limburg. Artiesten met al dan wel of niet zelf geschreven nummers plaatsen zich via de voorrondes voor de finale van het LVK. De nummers zijn altijd in het Limburgs dialect. Wie deze wedstrijd wint is tevens verzekerd van een plaats op het podium van de Boètegewoeëne Boètezitting.
Er zijn ook nog vele plaatselijke feesten zoals Binkenoavend waarbij de stropdas wordt afgeknipt, het haringschillen en het clownstrekken en het 3k-bal. Teveel om op te noemen dus hierbij nodig ik jullie allen uit om de komende carnavalsdagen naar Limburg of Brabant te komen en zelf te ervaren waarom men beter onder dan boven de grote rivieren carnaval kan vieren.

Carnaval boven de rivieren



In een aantal plaatsen boven de grote rivieren wordt carnaval uitbundig gevierd. Voorbeelden hiervan zijn Oldenzaal en Zwolle in Overijssel, en ’s-Heerenberg en Groenlo in de Achterhoek.
Ook in de Randstad wint carnaval steeds meer aan populariteit. In de jaren ’60 en ’70 werd carnaval in Noordwijkerhout geintroduceerd door Brabantse paters. In deze regionen, de zogenaamde Bollenstreek, wordt enthousiast carnaval gevierd.
In dit deel van de tekst zullen we vooral ingaan op carnaval gevierd in de Achterhoek, omdat we dit representatief vinden voor carnaval boven de rivieren. Als voorbeeld zullen we ’s-Heerenberg nemen, een overwegend katholieke gemeenschap in de grotendeels hervormde Achterhoek. Ik kom hier zelf vandaan, en kan dus veel vertellen, op mijn eigen ervaringen gebaseerd.

Tradities


Pronkzitting

Het carnavalsseizoen begint traditioneel rond 11 januari. Dan wordt er een zogenaamde pronkzitting gehouden, waarin de nieuwe prins carnaval bekend wordt gemaakexternal image 0116.jpgt. Dit vindt plaats in een grote hal of zaal, waarin lange tafels in de richting van een groot podium staan. De avond wordt geopend door de president, en tevens de voorzitter van de carnavalsvereniging, die de hele avond de acts aan elkaar praat. Na deze officiële opening wordt de prins gepresenteerd, in een spectaculair toneelstuk met muziek, dans en een overweldigend decor. De prins komt in de loop van het stuk tevoorschijn, en zal dat carnavalsjaar regeren als de nieuwe prins carnaval. Deze nieuwe prins wordt officieel geïnstalleerd, en krijgt van de voorzitter van de Raad van Elf zijn onderscheiding en zijn scepter.
Na de bekendmaking van de nieuwe prins volgt een avondvullend programma, met muziek, dans en de traditionele buutredeners. Deze buutredeners zijn het best te vergelijken met cabaretiers; ze stellen plaatselijke misstanden en gebeurtenissen op een humoristische manier aan de kaak.
Een belangrijke plaats in dit avondvullende programma neemt ook de dansgarde in; zij doen een traditionele gardedans, met de gebruikelijke spagaten en handstanden. Deze meisjes zijn gekleed in korte rokjes, zoals gebruikelijk is bij dansmariekes. Een ander traditioneel optreden is het funkenmariechen; zij maakt deel uit van de dansgarde maar doet ook een individuele dans.Na hun optreden kunnen alle artiesten bij de prins, die na zijn presentatie plaats heeft genomen op het podium, de erewijn drinken, en de nieuwe prins feliciteren. Na het officiële programma gaat het licht in de zaal aan, en krijgen alle aanwezigen nog de mogelijkheid de nieuwbakken prins te feliciteren, en wordt er nog een biertje gedronken aan de theek (de bar).

Voorbereidingen

Veertig dagen voor Pasen barst dan het feestgedruis officieel los, maar daarvoor zijn buurt- en straatverenigingen al weken bezig met de voorbereidingen. In de week voor dat carnaval begint worden alle straten versierd met vlaggen en vlaggetjes, en gaat de prins al met elke buurtvereniging gezellig een biertje drinken. Ook de groepen die meedoen met de optocht zijn al weken, zo niet maanden, bezig een mooie creatie te maken voor de optocht.
Officieel begint carnaval zondag, exact veertig dagen voor Pasen, maar in de praktijk beginnen de mensen vrijdag al met het vieren. Vrijdagavond is er bij veel kroegen het zogenaamde spaarkas lichten, waarbij mensen die een heel jaar hebben gespaard voor carnaval hun spaarkas lichten, om dit vervolgens in de dagen die hier op volgen op te maken. Diezelfde vrijdagavond wordt op het stadsplein het monument ter ere van de prins onthuld, waarna in het gemeentehuis een receptie wordt gehouden ter ere van de prins, waarbij alleen leden van de carnavalsvereniging welkom zijn.
De volgende dag, de zaterdag, is het van oudsher tijd voor de raadsvergadering. Onder het genot van veel bier vergaderd de Raad van Elf samen met alle leden van de vereniging over de carnaval. De precieze inhoud van deze vergadering is onbekend, en er wordt dan ook algemeen gedacht dat deze vergadering gewoon een dekmantel is om bier te drinken.

Popverbranden

Dinsdagavond, als carnaval op zijn eind loopt, wordt er om twaalf uur ’s-Nachts op het stadsplein een pop verbrand door de prins. Zo sluit hij de carnavalexternal image Brul_Bos_thumb.jpg symbolisch af. Als de pop volledig is opgebrand gaan alle kroegen dicht, en keert iedereen huiswaarts om bij te komen van het heftige feestgedruis.
Op assewoensdag of aswoensdag , waarop ook heel toevallig de as van de verbrande pop op het stadsplein ligt, gaan de echte katholieken een askruisje halen, waarbij de pastoor met as een kruisje op je voorhoofd tekent. Dit als teken dat je zonden zijn vergeven, en als herinnering aan de betrekkelijkheid van het leven. Zoals ook al in de bijbel stond: 'uit as ben je ontstaan, tot as zul je wederkeren'
Het carnavalsjaar wordt rond de elfde van de elfde (11 november) afgesloten in een pronkzitting. De opbouw van deze pronkzitting (buutredeners, dansgarde etc.) is grotendeels hetzelfde als van die in januari, alleen nu neemt de prins afscheid, en bedankt iedereen voor een fantastische carnaval.

Achtergronden


Conclaafvergadering

De prins wordt, voorafgaand aan de pronkzitting, gekozen in een conclaafvergadering. Hier nemen alle leden van de vereniging deel aan. Personen die prins willen worden kunnen zich van te voren opgeven, en uit deze kandidaten wordt dan een prins gekozen. Sommige dorpen hebben meerdere carnavalsverenigingen, en dus ook meerdere prinsen, maar gebruikelijker is toch één prins per plaats.
Deze prins kiest vervolgens zijn eigen graven, of adjudanten, uit. Deze zullen hem gedurende de carnavalsperiode bijstaan. Verder kiest de prins, in overleg met de vereniging, twee narren en vier dansmarietjes.
De prins is van oudsher gekleed in een mooi prinsenpak, met op zijn hoofd een steek met veren.
De narren zijn in het blauw en rood gekleed, met een narrenmuts op, en een scepter met het hoofd van Jan Klaassen. De dansmarietjes hebben een kort rood rokje aan, met laarsjes en een driehoekige bontmuts.

Vereniging

De actieve leden van de carnavalsvereniging zijn alleen maar mannen. Vrouwen kunnen wel lid worden, maar hierover wordt gestemd in een ledenvergadering, en aangezien alle leden mannen zijn komt het in de praktijk nauwelijks voor dat vrouwen lid worden.
Binnen een carnavalsvereniging is er een duidelijk hiërarchie. Er is een voorzitter, die persoon is tegelijkertijd de president, een penningmeester, die over het geld gaat en een kanselier die de notulen verzorgd. Het bestuur bestaat uit de Raad van Elf, waarbij de vaandeldrager even apart benoemd moet worden. De vaandeldrager draagt zoals zijn naam als zegt zorg voor het dragen van het vaandel, met het logo van de carnavalsvereniging. De vaandel gaat overal heen waar de prins ook heen gaat. Bij de vergaderingen, waarbij beslissingen worden genomen over optochten en pronkzittingen, worden alle actieve leden uitgenodigd.

Subcommissies

Binnen de vereniging zijn een aantal (sub-)commissies, waarvan ik er een aantal ga behandelen. Zo is er de optochtcommissie, waarvan de leden het reilen en zeilen van de optochten verzorgen. Denk hierbij aan wegafzettingen en indelingen van de groepen en wagens.
De pers- en propagandacommissie draagt zorg voor de posters en de kranten. In de week in aanloop naar carnaval krijgt elke inwoner van de plaats een poster thuisbezorgd, en de carnavalskrant. Dit is een krant vol met onzin, hilarische stukjes en maffe foto’s.
Ook is er de buutcommissie. Deze leden zorgen voor de samenstelling van de programma’s op de pronkzittingen. Deze commissie werkt nou samen met de zaal en receptiecommissie, die zorg dragen voor de tafelindeling en de aankleding bij de pronkzitting.
Wat ook niet onvermeld kan blijven is het feit dat er ook een jeugdprins wordt gekozen. Deze prins regeert de carnavalsdagen over alle kinderen uit de plaats. De jeugdprins heeft zijn eigen monument, zijn eigen gevolg, en zijn eigen feest.

Optochten


Grote optocht

De meeste plaatsen waar carnaval gevierd wordt, houden op de zondagmiddag een optocht, waarin praalwagens, mooi uitgedoste groepen, maar ook individuele mensen in mee lopen. De wagens en groepen worden afgewisseld door dweilorkesten. De orkesten maken al lopend vrolijke carnavalsmuziek. De eerste wagen, en tevens de laatste wagen in de optocht is de prinswagen. Deze wordt gevolgd door de wagen waarop alle oud-prinsen staan, en een wagen met de Raad van Elf.external image Optocht2006.JPG

Kinderoptocht

Als de prinsenwagen voor de tweede keer voorbij komt, wordt er door de prins en zijn gevolg handenvol snoep gegooid naar de toeschouwers. Mensen die meelopen aan de optocht mogen officieel niet drinken, maar met carnaval houdt niemand dit tegen.
In sommige plaatsen wordt er op de maandag, de dag na de grote optocht, nog een kinderoptocht georganiseerd. Hier doen een aantal wagens en groepen uit de grote optocht aan mee, maar ook speciale kindergroepen en wagens. Deze optocht begint en eindigt met de prinsenwagen, met hierop de jeugdprins.

In een aantal plaatsen is er op dinsdag ook nog een optocht. Dit is de zogenaamde rommeloptocht. Hier kan iedereen, in tegenstelling tot de grote- en de kinderoptocht, gewoon aan deelnemen. Een bonte stoet trekt dan met potten en pannen en andere rotzooi al lawaaimakend door de stad, voorafgegaan door de harmonie. Iedereen die herrie wil maken, met de meest gekke instrumenten, meestal gemaakt van rommel, kan zich bij deze optocht aansluiten.


Jurering

Bij zowel de grote en de kinderoptocht is er ook een jury van de partij, die de mooiste wagens en groepen uitkiezen. De winnaars krijgen een geldbedrag. De jury bestaat bij de grote optocht uit een kleurrijk gezelschap; zowel mannen als vrouwen, wel en geen lid van de vereniging, plaatselijke en niet-plaatselijke mensen, maar vooral mensen die elk jaar terug keren naar hun ‘roots’, om carnaval te vieren. Bij de kinderoptocht bestaat de jury deels uit volwassenen, maar uiteraard ook uit kinderen, die geselecteerd zijn door hun basisschool.

Feesten


kroegen

Wat aan carnaval natuurlijk niet mag ontbreken zijn de feesten, die tot in de late uurtjes van de nacht doorgaan. Velen beginneexternal image 1%20(13).jpgn vrijdag al met feesten, en zijn tot en met dinsdag niet nuchter. Bij carnaval hoort nou eenmaal veel bier, maar ook andere soorten alcohol (bijvoorbeeld flugel) gaan er altijd in. Het leuke van carnaval is dat er voor ieder wat wils is. Zo zijn er kroegen waar voornamelijk jongeren komen, maar ook kroegen waar de meerderheid van de bezoekers boven de vijftig is. De kroegen zijn de hele dag open, en veel mensen gaan dan ook al vroeg aan het bier, fruhshoppen.
De kroegen waar vooral jongeren zich ophouden, hebben meestal een DJ of een drive-inn show, waarbij carnavalskrakers afgewisseld worden met top-40 muziek. Er zijn ook een aantal kroegen die een of meerder avonden live muziek hebben, en deze kroegen zitten dan ook tot de nok toe vol.
De prins bezoekt elke avond tenminste elke kroeg een keer, en drinkt dan ook graag een biertje met de aanwezigen. Wat ook voor veel sfeer zorgt in de kroegen zijn de dweilorkesten, die van café naar café dweilen, en eenmaal binnen gezellig muziek maken. Ook ludieke acties in cafés en kroegen horen bij carnaval: van een kroeg die ingericht is als garage moet je niet opkijken.
Zoals al eerder genoemd, is bier volksdrank nummer een met carnaval. Er wordt voor tienduizenden euro’s bier gekocht, en duizenden liters bier gaan er doorheen. De meeste horecagelegenheden werken met muntjes; deze zijn te koop bij een speciale balie, en hier kan dan in een aantal kroegen mee worden betaalt. Vaak zijn deze muntjes in de voorverkoop goedkoper te krijgen, waarmee de kroegen natuurlijk hopen dat ze in grotere hoeveelheden tegelijk worden verkocht.

gezelligheid

Wat er natuurlijk ook hoort bij carnaval is de polonaise, maar ook modernere meedansvarianten zijn erg populair. Zo doet al gauw een hele zaal de vogeltjesdans, of hoofd-schouders-knie en teen. Ruzie is vrij ongewoon met carnaval. De sfeer is zeer ontspannen, en iedereen is er op uit om lol te maken, waardoor ruzies en gevechten beperkt blijven, ondanks de grote hoeveelheden alcohol.
Op basisscholen in de gemeenschappen waar carnaval wordt gevierd, worden in de week voor carnaval ook feesten georganiseerd voor de leerlingen, waarbij iedereen verkleed komt, en klassen voor elkaar hun van te voren ingestudeerde stukjes laten zien.
Er is nog een speciaal feest wat ik wil behandelen: het blagenbal. Aangezien kinderen niet ’s-avonds carnaval kunnen gaan vieren, wordt er op carnavalsmaandag het blagenbal georganiseerd. Dit is voor alle kinderen die lekker willen feesten, zonder alcohol uiteraard, met gezellige feestmuziek.

Er is nog veel meer te vertellen over carnaval boven de rivieren, maar als je geinteresseerd bent moet je zelf maar een keer naar 's-Heerenberg komen, om het echte carnaval mee te maken!

Carnavalskrakers



external image Gebroeders%20Ko.jpg De carnavalskraker is een lied speciaal voor Carnaval gemaakt. Soms wordt een Carnavalslied een hit, ook zijn er zeer veel Carnavalsbands.
Vaak heeft iedere carnavalsvereniging zijn eigen band, met name Venlo en Maastricht zijn bekend op het gebied van Carnavalsmuziek.
Naast gewone liedjes bestaan er op internet ook radio’s die geheel in het teken staan van de carnaval.
Op die radio’s worden dagelijks carnavalshits gedraait, ook buiten carnaval om.
Zo heb je “Het Carnavalkanaal” (http://www.carnavalkanaal.be) en “Carnaval Radio” (http://carnaval.goldenhosting.nl/site).
Op deze websites zijn uiteraard ook filmpjes en foto’s te vinden.
Zo hebben ze ook een top honderd wat betreft carnavals liedjes.
Op plek nummer één staat bijvoorbeeld André van Duin met “Er Staat Een Paard In De Gang”, dit nummer zal vooral bekend zijn in Gelderland maar als we dan kijken naar nummer twaalf daar staat Arie Ribbens met “Brabantse Nachten Zijn Lang” het spreekt natuurlijk voor zich waar dat lied bekend is.
Zo stellen ze elk jaar weer de top honderd bij en draaien ze tijdens de carnaval verschillende carnavals liedjes met uiteindelijk de grote top honderd.
Wat vooral in Limburg bekent is, is het lied “Kwestie van Geduld” waarin ze zingen dat het een kwestie van geduld is voordat heel Nederland Limburgs praat.
Elk jaar komen er wel weer nieuwe carnavals krakers op de markt.
Bekende bands en artiesten die carnavals muziek maken zijn onder andere Gebroeders Ko, Hermes House Band, Arie Ribbens en natuurlijk Guus Meeuwis.

Plaatsnamen in de carnavalstijd

De meeste Brabantse steden en dorpen hebben tijdens de Carnavalstijd een andere alternatieve naam.
Ook in Limburg en Twente worden veel steden en dorpen omgedoopt tijdens deze carnavalsdagen.
We geven even een aantal voorbeelden:
- Oeteldonk (‘s-Hertogenbosch)
- Kielegat (Breda)
- Krabbegat (Bergen op Zoom)
- Kruikenstad (Tilburg)
- Jocusriëk (Venlo)
- Peelhaazeriek (Venray)

Oeteldonk

Oeteldonk is de naam van ’s-Hertogenbosch tijdens de carnaval.
De naam klinkt in eerste instantie heel apart, maar velen zeggen dat de naam komt van het moeras rondom de stad, met zandkopjes (donken) in het gebied.
In het moeras waren destijds veel kikkerpopulaties.
Een van de symbolen van Oeteldonk is de rood-wit-gele vlag die dateert uit het begin van de twintigste eeuw.
Hoe ze aan de kleuren zijn gekomen is niet bekend.
Naast de kleuren heeft Oeteldonk ook elk jaar een jaarschildje dat het jaarthema bevat.external image Herschaalde%20kopie%20van%20gieters%20036.jpg
Zo heeft Oeteldonk ook een eigen volkslied dat in 1884 gemaakt is door Hannes Krassert.
Het lied heet “O pronkjuweel van heel deze aard”.
In Oeteldonk is er elke dag een optocht met op zondag een improvisatieoptocht.
Aan deze optocht doen eigenlijk alleen maar kleine groepen mee, en dan de dag na zondag wordt de grote optocht gevierd.
Op dinsdag is dan de kinderoptocht, soms zelfs nog langer en groter dan de normale optocht.

Kielegat

Kielegat is de naam voor Breda tijdens de carnaval.
De carnaval start op zaterdagmiddag en eindigt op dinsdagavond.
Op zaterdagmiddag om elf minuten over drie wordt de sleutel uitgereikt aan Prins Carnaval. Nu begint de carnaval pas echt.
Huis aan huis ontvangen alle mensen dan een krant genaamd “de Kontklopper”.
In deze krant staat alles wat maar met carnaval te maken heeft.
De traditionele optocht begint op maandag en de kinderoptocht op zondag.

Krabbegat

Krabbegat is de naam voor Bergen op Zoom tijdens de carnaval.
In Bergen op Zoom hebben ze een eigen stijl ontworpen en dit komt tot uiting in de kleding die tijdens de carnaval gedragen wordt.
Zo wordt er juist geen nieuwe kleren gedragen maar oude.
Meestal wordt het een boerenkiel met een stuk vitrage er overheen, en soms ook nog een lampenkap op het hoofd en een rode zakdoek die gedragen wordt met de knoop naar voren.
Deze stijl heeft zich eigenlijk ontwikkeld vlak na de Tweede Wereldoorlog.
De mensen hadden niets in huis om de carnaval mee te vieren dus gebruikten ze oude spullen.

Kruikenstad

Kruikenstad is de naam voor Tilburg tijdens de carnaval.
De naam komt voor uit de bijnaam van de bewoners.
De bewoners van Tilburg kregen deze bijnaam door de omliggende dorpen en steden, tijdens de carnaval noemen ze zichzelf ook Kruikenzeikers of Kruiken.
De carnaval in Tilburg heeft natuurlijk zijn eigen verleden.
Het feest dat in Tilburg werd gevierd heette geen carnaval maar Vastenavond, wat verboden werd in de vorige eeuw door de kerk.
Toen die tijd werd het dus in besloten kring gevierd, wat nog tot 1965 zou duren.

Jocusriëk

Jocusriëk is de naam voor Venlo tijdens de carnaval.
Op zaterdag wordt de carnaval ingeluid met een buitenzitting, de zogenaamde Boétegewoéne Boétezitting.
Op deze dag gaan de mensen naar de binnenstad om het carnaval te vieren.
In Venlo bestaat de oudste carnavalsvereniging van Nederland, de Jocus die opgericht werd in 1842.
In het carnavalsseizoen 2007/2008 viert Jocus haar 165 jarig bestaan.

Waar kun je het beste carnaval vieren?



We hebben nu een heleboel verteld over carnaval. We hebben de carnavalsviering boven en onder de rivieren uitgebreid besproken, een kort stukje geschiedenis behandeld, en wat verteld over carnavalskrakers en plaatsnamen in carnavalstijd. We hopen dat jij, als lezer, nu een compleet beeld hebt van carnaval. Ook hopen we dat, als je zelf carnaval wilt gaan vieren, nu een keuze kunt maken. Naar onze mening hebben we voldoende informatie gegeven om tot een keuze te komen waar carnaval te vieren. Deze keuze gaan wij niet voor je maken, dat zou te makkelijk zijn. We hopen alleen dat we je met deze wiki hebben kunnen helpen.
Tot slot willen we jullie allemaal alvast een hele fijne carnaval wensen, en misschien drinken we nog wel een biertje samen!

Alaaf!!

Danny Schutte, Dennis Langenhof en Jop Geven



Deze wiki was een schoolproject; hij zal dus niet worden bijgehouden. Heb je interesse deze wiki wel bij te houden, laat dan een berichtje achter.



Bronvermelding


Websites


Boeken

  • Venner, J. Geschiedenis van Limburg – Deel 3. Maastricht. Limburgs Geschied en oudheidkundig vennootschap
  • Alaaf, carnaval in Nederland en België. Drs. Theo Franssen en Gerrit Gommans, 1984
  • Bergh; Heren, Land en Volk, A.G. van Dalen 1979
  • Ons carnavaleske land: van Ballefruttersgat naar Geite en Bokkeriek tot Waskupenstad. 1991
  • 44 jaar carnaval, C.V. de Olde Waskupen, 1993